A speelse meiden

a speelse meiden

Speelse en prachtige lesbiennes Lekker Lesbisch spelen midden op de dag Lesbische stomers 69 Prachtige lesbische seks met twee blondines HD lesbische tieners spelen Geile lesbische brunettes spelen met elkaar Beste dubbelzijdige dildo-spel Prachtig lesbisch duo Heerlijke blondjes doen een lesbische spel Mooie meiden en echte passie Oma komt in op lesbische trio actie Lesbisch spelen op kantoor Lesbische knapperds hebben lol zonder speeltje Het lesbische seks tussen twee blondines Lesbische liefde en zachte poesjes Lesbiennes met lippenstift op spelen Italiaanse meiden spelen met dildo en neuken Om de sportdeelname van meiden een impuls te geven, organiseert de gemeente Amsterdam sinds activiteiten speciaal voor meisjes.

We delen de achtergronden, aanpak en praktische tips. Uit de Sportdeelname Index en de Sportmonitor komt ook een aantal verschillen naar voren:. Eveline Pels deed in onderzoek naar sportdeelname van meisjes van 10 tot 12 jaar, en concludeerde dat de denkbeelden van de samenleving een grote impact hebben.

In haar onderzoek Omdat jongens jongens zijn en meisjes meisjes stellen de meisjes dat ze soms worden uitgesloten door jongens, omdat ze niet goed genoeg worden geacht. Ook vinden meisjes het niet altijd prettig te sporten met jongens, omdat ze het gevoel hebben constant bekeken te worden.

De sterke focus op competitie is een derde reden voor meisjes om niet mee te doen. Waar succeservaringen bij jongens vaak voortkomen uit winnen, komen ze bij meisjes meer voort uit complimenten en het gevoel dat ze net zo goed zijn als de rest.

Sport- en beweegactiviteiten zijn echter niet altijd zo ingericht dat de meisjes deze successen ervaren. De gemeente Amsterdam koos ervoor om met deze uitdaging aan de slag te gaan. Maartje Verheul is beleidsadviseur Sportstimulering bij de gemeente Amsterdam. Maar vanwege de toch wel achterblijvende sportparticipatie van meiden vonden wij een extra impuls nodig.

Wij geloven dat als de meiden op vroege leeftijd ervaren dat sport leuk is, ze ook een basis leggen voor hun verdere leven.

Bovendien heeft sportdeelname ook andere positieve effecten voor deze groep: We bekijken per school, per gebied wat nodig en haalbaar is. Zo hebben we het programma Just4girls, voor meisjes van 10 tot 12, een plek gegeven in de bestaande interventie Jump-in. En hebben we speciale aandacht voor meiden van 13 tot 18 binnen de bestaande interventie Topscore Fit. Deze interventies zijn eveneens onderdeel van de Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht.

De aanpak heeft als doel om alle kinderen in op een gezond gewicht te hebben. Jump-in is een van de voorbeelden die Maartje noemt. Het is een Amsterdams preventieprogramma, gericht op meer bewegen en een gezond voedingspatroon voor basisschoolleerlingen. Om de sportparticipatie van meisjes te vergroten, is hier het naschoolse programma Just4Girls aan toegevoegd. Dit richt zich op meisjes uit groep 7 en 8, die weinig bewegen. Just4Girls wordt inmiddels op zes basisscholen aangeboden.

Coördinator Olivier Wientjes ontwikkelde Just4Girls en vertelt dat de nadruk van het programma ligt op het vergroten van het plezier van bewegen en op het vergroten van de sociaal-emotionele vaardigheden door sport. De deelneemsters krijgen inspraak in het programma. Het beweegaanbod sluit aan bij hun belevingswereld en is divers: Het plezier in bewegen groeit en het voedingspatroon van de meisjes verbetert. Soms leg ik een spel bewust stil als er onenigheid is en bespreek het met de groep.

Laten ze elkaar uitpraten, luisteren ze echt naar elkaar? Een trainer met een goede pedagogische achtergrond is dan ook wenselijk. Ook de financiële- en taaldrempels die ouders ervaren, spelen een rol om geen lid te worden. Dat geldt overigens ook voor jongens uit deze gezinnen. Voor meisjes komt daar nog bij dat ouders het niet fijn vinden als hun dochter te ver moet fietsen naar de sportclub. Ook voor oudere meiden van 12 tot 18 jaar heeft Amsterdam aanbod, met ook hier extra aandacht voor persoonlijke ontwikkeling, autonomie en verbondenheid.

Danielle Rozing is docent lichamelijke opvoeding op het Amsterdams Beroepscollege Noorderlicht. Dit wordt betaald en ondersteund vanuit de interventie Topscore. Yalla Yalla is er voor meiden uit de onderbouw, die een bewegingstekort hebben. Het biedt ze een veilig klimaat om te bewegen en te sporten.

Op onze school zitten veel meiden met een niet-westerse achtergrond. De groep van maximaal tien meiden komt gedurende vier maanden eens per week bij elkaar.

Daarin spreken we over diverse onderwerpen zoals gezonde voeding, conditie, zelfvertrouwen en werking van de spieren. Daarna gaan we aan de slag met spel, sport en bewegen. De eerste lessen achterhaal ik waar de interesses liggen en wat ze graag willen. Later nodig ik gastdocenten uit, die vaak verbonden zijn aan sportverenigingen. Dan gaan we klimmen, trampoline springen en skeeleren.

Maar meidenvoetbal, kickboksen en dans zijn het populairst bij mijn jarigen. En als we gaan wandelen, regelen we stappentellers voor de groep. Of ik pluk dansfilmpjes van YouTube en ga met ze dansen. Kunnen ze ook thuis zelf doen op hun kamer. Een brede lokale samenwerking met een grote diversiteit aan sportaanbieders, jeugdwerk, religieuze organisaties en zorginstellingen die rond en met de meiden werken is belangrijk.

Het mooist is het als de combinatiefunctionaris met een vast persoon van de sportvereniging de scholen langs gaat, zodat ook hier de drempel van het onbekende wegvalt en de stap om lid te worden kleiner wordt. Opleidingsniveau, culturele verschillen en taalbarrières maken dat Olivier en Danielle maar weinig ouders zien.

Dat is jammer, want ouders spelen een grote rol bij het al dan niet lid worden van hun kind van een sportvereniging. Beiden hebben helaas geen tijd en middelen om zich over dit vraagstuk te buigen. Tot slot benadrukt Maartje: Zorg ervoor dat de doelgroep inspraak heeft en invloed en neem ze serieus.

.